Auteurs schrijven over hun reading bij Joost Brummelkamp. Deel X: Elke Geurts.

Dat is waar ook!

Vandaag zal ik te weten komen wie ik ben. En dat maakt me nerveus. Naar deze informatie ben ik al zo lang op zoek. Nu zal helderziende Joost het me gewoon recht in mijn gezicht vertellen. En dat zal ik dan zijn.
Wie weet wat voor duister gedrocht hij in mij zal herkennen.

Zodra ik uit de bus stap, betrekt de lucht, begint het te hozen en raak ik de weg kwijt. Een kwartier te laat sta ik, druipend, voor de deur van helderziende Joost en bedenk dat het universum natuurlijk had willen voorkomen dat ik mijn ware zelf leerde kennen. Nog voor ik me om kan draaien, zwaait de deur open.
Ik herken die mensen meestal aan hun ogen. Ik ben eigenlijk bang voor die ogen. In een menigte pik ik ze er zo uit. De helderzienden. Of de waanzinnigen. Meestal ontwijk ik ze. Maar op de een of andere manier trek ik ze ook altijd aan.

Het zou leuk zijn als hij mij een uitnodiging stuurde dacht ik nadat ik de stukjes gelezen had van de schrijvers die bij Joost hun energie hadden laten lezen. Het zou een geweldig excuus zijn om een helderziende te bezoeken. Uit mezelf zou ik zoiets nooit doen. Ik ben een nuchter mens. Maar in functie mag alles. Onder het mom van het schrijverschap, ben je vrij. En wat wil een schrijver liever dan ‘gelezen’ worden?
Een paar dagen later al kreeg ik een mail van Joost. Hij had het gevoel dat hij mij eens wou lezen. De horror.

Maar nadat ik de uitnodiging enthousiast beantwoord had, bleef het stil. Een paar weken later stuurde ik nog eens een voorzichtig berichtje. Weer niets.
Hij moest spijt hebben. Hij had natuurlijk doorgekregen dat ik binnenkort doodging. Zo’n man las niet alleen de woorden, maar vooral de ongeschreven, begeleidende boodschap. En hij had echt geen zin om mij het slechte nieuws te moeten vertellen. Ik betaalde hem er tenslotte niet voor en dat stukje zou ik niet eens meer kunnen schrijven.
Na de zomer, ik was nog onder de levenden, las ik het stukje van Willemijn Dicke en besloot ik hem nogmaals te schrijven.

In de deuropening staat helderziende Joost. Hij is opvallend slank en lang en heeft inderdaad van die ogen. Ze springen uit zijn gezicht omdat hij zijn haar gemillimeterd heeft. Achter hem aan loop ik naar binnen.
Occulte samenzweringen, praten met geesten en een vreemd glimlachende helderziende met ogen die licht geven en dwars door je heen kijken. Hoe je dan sidderend op je stoel zit. Hoe geheimen bovenkomen. Of hoe je een parallelle wereld in verdwijnt en daar dan haast niet meer uitkomt. Daar dacht ik aan.

Maar dat valt tegen. Het heeft iets gewoons. Iets natuurlijks. Misschien is het zelfs logisch wat hij doet. Al weet ik niet precies wat hij doet. Hij volgt wel een systeem. Aan de hand van een roos begint hij me te ontleden.
Ik voel me er zelfs vrij snel op mijn gemak. En dat in een klein, wit kamertje, met een vreemde jongeman recht tegenover me. Op nog geen meter afstand. Hij op sokken. Ik op sportschoenen. Hij met z’n ogen de meeste tijd dicht. Ik met m’n ogen open.
Ik zie het al eerder beschreven playmobilpoppetje fier rechtop tussen de stenen staan. Ik ruik de wierook waar ik bij collega’s over gelezen heb. Er brandt een kaarsje. Hij vraagt me inderdaad een paar keer mijn naam hardop te zeggen. En dan lacht hij met gesloten ogen en zegt: ‘Hallo.’ Hij legt uit wie ik ben. En ligt vaak in een deuk van het lachen om wie er daar voor zijn geestesoog verschijnt. Die ik dus ben.

Wie ik ben, valt me niet tegen. Ik ben in wezen veel leuker dan ik gedacht had. En als je het zo bekijkt, heb ik het best goed voor elkaar allemaal. Hoe meer hij vertelt over wie hij voor zich heeft zitten, hoe meer diegene in mij weer tot leven komt. Een veel levenslustiger, vrijer en speelser type dan ik was in de bus hiernaartoe. Dat is waar ook, denk ik regelmatig. Zo ben ik! Dat is waar ook! Hoe kon ik dat vergeten zijn? Waar was ik dan gebleven?
Ik snap alleen niet waarom er vaak van die naargeestige teksten uit mij komen. Dat is niks voor mij.

Door Elke Geurts, schrijver.