Auteurs schrijven over hun reading bij Joost Brummelkamp. Deel IV: Gerbrand Bakker.

Ik zat pal voor het raam in dat Utrechtse straatje. De gordijnen waren open. De kinderen in de school tegenover de Aura Reading-woning konden mij open en bloot zien zitten. Daar was ik me steeds van bewust, dat ik daar doodstil zat, niks zei, een beetje knikte zo nu en dan en dat die kinderen in de school zich misschien wel afvroegen wat die man daar deed, zo op een doodnormale dinsdagmiddag, een doordeweekse dag waarop hun vaders aan het werk waren, om geld te verdienen. Zittend in een stoel, blijkbaar gericht op iemand anders die in dat kamertje zat. Of staarde hij naar de muur tegenover zich?
Nee, die man luisterde naar wat Joost Brummelkamp tegen hem zei. Joost Brummelkamp zei heel veel.  Maar op de een of andere manier kwam alles op hetzelfde neer. Er was één ding dat aankwam bij mij, één ding dat me de dagen daarna en ook nu (bijna drie weken later) nog steeds bezighoudt. In dat aura van mij zit iets waar ik diep over nadenken moet of wil, en dat ‘iets’ heeft Joost Brummelkamp losgewoeld. Ik kan moeilijk nadenken over mijzelf, dat heb ik nooit goed leren doen, en door deze lezing verkreeg ik inzichten.
Of ik zelf ook nog wensen had? Nee hoor, ik had geen wensen. Joost Brummelkamp ging daarom nog even een ‘aura-healing’ doen. De kinderen in de school aan de andere kant van het straatje begrepen er toen vast helemaal niks meer van. Ineens bleek er nog een andere man in dat kamertje te zijn. Een man die drentelde, bezwerende gebaren maakte, de man die al anderhalf uur op die stoel zat aanraakte. Zat die andere man nou met zijn gezicht in de schoot van de zittende man? De kinderen zullen met platte neuzen tegen de ruiten geplakt gezeten hebben. Ik was mij er niet van bewust dat mijn aura stuk was, en na de healing was ik mij er evenmin van bewust dat hij nu weer heel was. Ik had geen pijn; ik had geen idee van genezing.
Wat ik wel jammer vond, was dat er niemand even gezellig langskwam, zoals bij de vorige keer dat mijn aura gelezen werd. Toen kwam opa mij vertellen dat ik eindelijk eens normale kleren aan moest trekken en dat ik een schop onder mijn reet nodig had. Mijn eerste vriendinnetje kwam mij ook het een en ander vertellen. Bij de laatste had ik gedacht: je vertelt maar raak, ik leef en jij bent dood. Maar de schoolkinderen kregen in het kamertje niet meer dan twee mannen te zien. Er gebeurde niks engs of onverklaarbaars.
“Ik vind dat nou zo’n onzin!” riep iemand later tegen me, toen ik over mijn ervaringen vertelde. “Zo iemand leest niet je aura, hij ziet gewoon hoe je er bij zit. Alles wat zo iemand ziet of leest, komt uit jou!” Eh ja, antwoordde ik, und?

Door Gerbrand Bakker, schrijver.